Twee getallen in de specificaties gaan over waterdruk: de minimale en de maximale druk in de leiding waarbij het apparaat mag werken. Dat is een installatie-eis, geen comfortkenmerk. De standen waarmee je de straal harder of zachter zet, staan daar los van; die regelt het apparaat zelf, ongeacht wat de leiding aanlevert.
Wat het is
De minimumdruk is de ondergrens waarbij er nog genoeg water door de sproeier gaat om een fatsoenlijke straal te maken. Bij een model met een doorstroomverwarmer komt daar iets bij: die verwarming reageert op doorstroming, dus bij te weinig druk kan het opwarmen achterwege blijven. De maximumdruk is de bovengrens waarop kleppen, slangen en afdichtingen berekend zijn; daarboven neemt de kans op lekkage toe en hoort er een drukreduceer in de toevoer.
Het opgegeven minimum ligt tussen 0,5 en ruim 1 bar, met 0,7 bar als meest voorkomende waarde. Het maximum ligt tussen ongeveer 7 en 10 bar. De Nederlandse leidingdruk zit doorgaans tussen de 2 en 4 bar, dus in de meeste huizen valt dat netjes tussen de grenzen.
Waar het verschil in zit
- Stilstaand tegenover stromend water. Met het minimum bedoelen fabrikanten vrijwel altijd de druk terwijl er water loopt, en die is lager dan de druk in een dichte leiding. Meet je met alles dicht, dan meet je een te mooi getal.
- Waar in huis de wc zit. Hoogte kost druk: elke tien meter hoger scheelt ongeveer 1 bar. Twee verdiepingen omhoog is al gauw een halve bar minder, en dat is de marge waar de krappe modellen in de problemen komen.
- Wat er onderweg nog verdwijnt. Een lange, dunne toevoerslang, een T-stuk met veel bochten, een hoekstopkraan die maar half openstaat of een aangeslibd filterzeefje in de aansluiting kosten allemaal druk. Wordt de straal na een jaar slapper, kijk dan eerst naar dat zeefje.
- Eigen pomp of drukverhoger. Bij een eigen bron, een regenwatersysteem of een drukverhoger schommelt de druk tussen in- en uitschakelen. Dan telt niet het gemiddelde, maar het laagste punt van die cyclus.
Het nadeel
Je kunt het niet zien. Zonder manometer weet je je eigen druk niet, en die wisselt bovendien over de dag: ’s nachts en in de winter hoger, tijdens de ochtendspits lager. Zit je rond het minimum, dan werkt het apparaat meestal wel en soms net niet, en dat is het vervelendste soort storing om aan te tonen. Aan de bovenkant kost het geld: boven de maximumdruk hoort een drukreduceer, en die vraagt ruimte in de meterkast en onderhoud.
Voor wie het uitmaakt
Woon je op een hoge verdieping, in een oud pand, achter een eigen pomp of in een straat waarvan je weet dat de druk laag is, kijk dan als eerste naar het minimum en meet je druk voordat je bestelt. De gids over de wateraansluiting beschrijft hoe de aansluiting met hoekstopkraan en T-stuk in elkaar zit. Bij een gewone aansluiting op de begane grond is dit een specificatie die je afvinkt en verder vergeet; kijk dan liever naar de standen waterdruk, want die bepalen hoe de wasbeurt voelt.